wat is theofictie?
introductie (filmpje!)

introduction (movie!) In English
veel gestelde vragen

materialen
module 16/18 jaar

meer lezen
artikelen
articles In English

reageer
reacties studenten
reacties docenten
contact

Theofictie, mág dat wel?

een verkennend onderzoek naar mogelijke levensbeschouwelijke bezwaren tegen een theofictie-project

1 2 3 4 5

1. Inleiding
Theofictie is een (nog) niet bestaand woord dat is verzonnen naar analogie van het wél gebruikte woord ‘geofictie’. “Geofictie is fictieve geografie: het verzinnen en ontwikkelen van een geo, een fictieve geografische eenheid. Dat kan een land zijn, een stad, een streek, een planeet, een planetenrijk, het maakt niet uit.”
Theofictie is: het verzinnen en ontwikkelen van een godsdienst of religie.

Naar aanleiding van een geofictie-project op de school van mijn zoon kwam de vraag in mij op of een theofictie-project óók een mogelijkheid zou zijn. Ik kan me niet voorstellen dat er ouders zijn die bezwaar zouden maken tegen een geofictie-project maar wél dat er mogelijk bezwaren zouden komen tegen een theofictie-project vanuit de levensbeschouwelijke achtergrond van ouders. Bezwaren als dat het oneerbiedig of zelfs godslasterlijk zou zijn om via theoficties met godsdiensten en levensbeschouwingen bezig te zijn, in dat geval zou theofictie als middel zijn doel voorbijschieten. Bij onoverkomelijke en grote bezwaren is wat mij betreft een theofictie-project gedoemd een fictief project te blijven. Indien er weinig, of te ondervangen bezwaren zouden zijn, zijn er didactisch allerlei mogelijkheden voor een dergelijk project.

In dit artikel ga ik niet in op de didactische mogelijkheden van een theofictie-project maar onderzoek ik of er levensbeschouwelijke bezwaren tegen theofictie zijn en of er mogelijkheden zijn om eventuele bezwaren te ondervangen. Ik heb daarvoor een korte schets gemaakt van de opzet en de doelen van een theofictie-project voor het voortgezet onderwijs en deze opzet besproken met vertegenwoordigers van vijf verschillende levensbeschouwingen. De meningen van deze mensen vertegenwoordigen niet de officiële posities van hun levensbeschouwing ten aanzien van theofictie, maar vormen wat mij betreft toch een beeld van de mogelijkheid of onmogelijkheid van theofictie op school. In de gesprekken kwam ook aan de orde welke waarden zij persoonlijk belangrijk vinden in hun religie. Ik ben mijn gesprekspartners dankbaar voor hun gedachtewisselingen met mij en de tijd die ze daarvoor vrij hebben gemaakt, het waren voor mij hele boeiende en leerzame gesprekken.

1 2 3 4 5