wat is theofictie?
introductie (filmpje!)

introduction (movie!) In English
veel gestelde vragen

materialen
module 16/18 jaar

meer lezen
artikelen
articles In English

reageer
reacties studenten
reacties docenten
contact

Theofictie, mág dat wel?

een verkennend onderzoek naar mogelijke levensbeschouwelijke bezwaren tegen een theofictie-project

1 2 3 4 5

4. waarde(n) zien
Hoe een theofictie-project precies uitgevoerd zou worden heb ik in het kader van dit artikel nog niet ingevuld. Wat echter op de een of andere manier zeker zal gebeuren is dat leerlingen in de levensbeschouwing die ze bestuderen waarden zullen vinden die ze waardevol vinden om mee te nemen naar hun theofictie. Wélke waarden zij zullen vinden hangt af van een heleboel verschillende factoren zoals: wélke informatie ze krijgen en van wie; of ze iets van de levensbeschouwing kunnen beleven of dat het theoretisch en abstract blijft; de eigen waarden en persoonlijkheid en die van de medeleerlingen waarmee ze in een groep zitten, en de interactie tussen verschillende factoren. De uitkomst van dit proces is dus onvoorspelbaar, maar levert wel een veelheid aan verschillende waarden op. Bij het maken van een theofictie kunnen alle verschillende waarden ook nog op heel diverse wijze verwerkt worden in het uiteindelijke product.

Welke waarden iemand belangrijk vindt in zijn eigen religie is persoonlijk, maar ik heb alle gesprekspartners gevraagd wat de waarde is, of de waarden zijn, die zij zouden hopen dat leerlingen zouden zien in hún levensbeschouwing om mee te nemen naar
de theofictie.
Vanuit het Christendom werd, niet verrassend, de naastenliefde genoemd. Maar wél met een belangrijke kanttekening, want de belangrijkste regel waarop alles is terug te voeren is dat je God lief moet hebben boven alles, en dat er maar één God is en één middelaar (noot).  “Als je God eruit weg zou moeten halen, wat niet kan, dan blijft de naastenliefde over.”
Mijn Joodse contactpersoon had, de meeste moeite deze vraag te beantwoorden. Misschien komt dat mede doordat het Jodendom geen zending bedrijft, omdat je als jood wordt geboren, en jood blijft of je nou gelooft of niet. Het gegeven dat het Jodendom de oorsprong is van drie Godsdiensten, wordt genoemd als belangrijke waarde. Uit het besef te leven in een grote traditie volgt het belang om het geloof tot uitdrukking te laten komen in het dagelijks leven (noot). “Jodendom is een levenswijze, en dát is goed: leven volgens de wetten van de Torah, niet ten koste van alles, als het onmogelijk is dan hoeft het niet.” Die levenswijze uit zich in het vieren van de sabbat, het danken van die ‘Ene’ en heel veel dagelijkse dingen zoals de boodschappen die indien mogelijk volgens de Kasjroet-lijsten gedaan worden. Dat is moeilijk in Groningen want er zijn geen winkels met koosjer waar, “als je orthodox joods wil leven kan je hier niet blijven wonen”.
“Je hebt het goede en het slechte in je, je hebt een eigen verantwoordelijkheid om het goede te doen en het slechte te onderdrukken. Je moet ernaar streven zoveel mogelijk goed te doen. Er is geen hel, iedereens geest komt in de hemel.” Ook het leren werd genoemd als heel belangrijk, “de regels en wetten staan vast, maar de uitleg gaat wel met de tijd mee.”
Voor de moslima die ik sprak is ‘(goede) intentie’ het belangrijkste. “Ieder mens heeft goed en slecht in zich, jihaad betekent dat je ernaar streeft om zo goed mogelijk te zijn, als mens.” Alles komt voor haar terug op de centrale waarde ‘intentie’: ”Natuurlijk zijn de 5 zuilen (noot) onveranderbaar, maar andere dingen kan je toepassen. Ook hier gaat het om de intentie: je moet bidden, maar dat moet wel met de goede intentie zijn. Als je de intentie hebt om te bidden maar er komt iets tussen, er valt bijvoorbeeld net iemand voor je huis op straat, dan moet je niet zeggen: ik moet eerst bidden, maar dan moet je helpen. Je had de intentie om te bidden, en dat is dan al genoeg. Hele dagen alleen maar bidden is niet goed, je moet je leven léven, maar je moet wel alles wat je doet met goede intentie doen.” Een andere waarde, hoewel het woord daarvoor inmiddels versleten is, is ‘respect’: “respect voor andere mensen, de dieren en de natuur is heel belangrijk”.
‘Respect’ is voor de hindoe die ik sprak de centrale waarde van het Hindoeïsme. “Respect voor alles wat leeft, respect geven én krijgen. Daar moet je soms iets voor opofferen maar uiteindelijk krijg je terug wat je geeft. Elkaar in je waarde laten, leven en laten leven, normen en waarden, allemaal terug te brengen naar ‘respect’.” En de waarde ‘respect’ werkt door in alle dagelijkse handelingen en de omgang met mens en dier. Ten eerste ten aanzien van de koe. “De koe is heilig en verdient respect, ze geeft melk en draagt, net als de mens, 9 maanden.” (noot) De koe wordt helemaal niet gegeten maar uit respect voor het leven zijn veel hindoes vegetariërs, ze gaan ook respectvol om met plantaardig voedsel, verspilling is slecht. Ook de vijf elementen worden gerespecteerd (noot), ‘aarde’ bijvoorbeeld staat voor de moeder, waaruit respect voor alle moeders (mensen en dieren, m.n. de koe) voortvloeit, en ‘vuur’ staat voor het heilige dat het slechte vernietigt, het goede blijft over.
Voor de boeddhist waren de waarden heel gemakkelijk te benoemen, dat past ook goed bij haar uitspraak dat het ontwikkelen van waarden erg belangrijk is. Als belangrijkste waarde ziet zij het positieve mensbeeld. “De mens is volgens het boeddhisme goed, er is geen duivel, ook niet in de mens zelf. Er is wel onwetendheid en onhandigheid, maar dat is geen slechtheid die in de mens zou zitten. Alles is vergankelijk behalve de kern van de mens: Onbevreesdheid, Vreugde en Liefde. Die drie zijn ook ‘natuurlijk’; het wezen van de mens. Andere belangrijke waarden zoals behulpzaamheid en onthechting (evenwichtigheid) zijn afgeleiden van de drie eigenschappen die de kern zijn van de mens.” Ten tweede is er de eigen verantwoordelijkheid. De mens is zelf verantwoordelijk voor zijn geluk en zijn leven, een mens kan leren van anderen, maar moet niemand zomaar volgen, duurzaam geluk bereiken (totale inzicht van de verlichting) moet hij zelf doen. De derde belangrijke waarde heeft veel te maken met de ‘zelf verantwoordelijkheid’ en is ‘vrijheid’. Zonder vrijheid kan een mens zijn eigen verantwoordelijkheid niet uitoefenen.

1 2 3 4 5

 


uit de Bijbel werd aangehaald: Mattheus 22:37-39:
Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grootste en eerste gebod. Het tweede daaraan gelijk, is: Gij zult u naaste liefhebben als uzelf.
Deuteronomium 6:4
Hoor, Israël: De Here is onze God; de Here is één.

“Het jodendom is niet alleen een religie, maar veel meer dan dat: het is een alles omvattende leefwijze, een geheel van door G’d aan het joodse volk geopenbaarde regels en voorschriften door Mosjee (Mozes) op de berg Sinaï in ontvangst genomen en van geslacht tot geslacht, in een ononderbroken reeks, doorgegeven tot op de huidige dag.”
Besten, GJ, den, Paping, Th.B., Pol, H. (Red.) Mens en Medemens. Geestelijke stromingen in onze samenleving. pag. 103)
“Voor de religieuze jood worden de dag, de week, het jaar, alle ritmen van het leven gekenmerkt door voorschriften en praktijken.”
“Over het algemeen moeten alle noodzakelijke handelingen in de loop van de dag, zoals eten en slapen, een hoger doel dienen dan het eenvoudig onderhouden van het lichaam. De jood moet er een middel van maken om zich beter in staat te stellen God te dienen, zodat deze alledaagse verplichtingen van dag tot dag in goede daden veranderen: de misjwot.”
Halter, M. Het judaïsme uitgelegd aan de kinderen van mijn vrienden. pag. 133 en 134

De vijf zuilen van de Islam:
De Sjahada: ‘Ik getuig dat er geen god is dan Allah en ik getuig dat Mohammed zijn dienaar en boodschapper is.’
Salaat: verrichten van het islamitisch gebed vijfmaal per dag
Zakaat: niet hechten aan materiële goederen en delen met anderen.
Saum: jaarlijks vasten tijdens de Ramadan
Hadj: bedevaart naar Mekka
(Besten, GJ, den, Paping, Th.B., Pol, H. (Red.) Mens en Medemens. Geestelijke stromingen in onze samenleving. pag. 191-192)

“Go-mata: het beschermen en respecteren van het Leven en de Natuur, verzinnebeeld in de bescherming en het respecteren van de koe als moedersymbool, dat staat voor het doorgeven en in stand houden van het leven. “
(Besten, GJ, den, Paping, Th.B., Pol, H. (Red.) Mens en Medemens. Geestelijke stromingen in onze samenleving. pag.  219-220)

5 elementen: Vuur, Aarde, Water, Lucht, Heelal (ether).