wat is theofictie?
introductie (filmpje!)

introduction (movie!) In English
veel gestelde vragen

materialen
module 16/18 jaar

meer lezen
artikelen
articles In English

reageer
reacties studenten
reacties docenten
contact

Theofictie: virtual reality?

Virtueel: denkbeeldig, slechts schijnbaar bestaande. (van Dale)

Na een eerste vingeroefening met één pabo-klas in mei-juni 2007 hebben in september-oktober bijna 100 tweedejaars pabo-studenten zich enorm ingezet om hun theoficties inhoud en vorm te geven. Heel enthousiast presenteerden zij hun shops eind oktober aan hun klasgenoten, docenten uit binnen en buitenland en andere belangstellenden.

Het vak dat op het rooster stond was ‘Kennis van Geestelijke Stromingen’ (KGS) en de stromingen die aan bod kwamen waren het humanisme, hindoeïsme, boeddhisme, jodendom, chrsitendom en de islam, met name door zelfstudie uit het boek ‘Mens en Medemens’ (Den Besten e.a.). Behalve naar de algemene kennis die in veel boeken gevonden kunnen worden moesten ze ook expliciet op zoek naar de achterliggende waarden in de stromingen. Deze waren lang niet altijd duidelijk uit het boek te halen en moesten dus uit andere bronnen komen. Toen de theofictiegroepen ingedeeld werden kreeg iedere student één van de stromingen toegewezen om van daaruit een waarde in te brengen waar hij zelf achter stond. Over de betekenis van de verschillende waarden werd uitgebreid gesproken in de meeste groepen, het was niet altijd gemakkelijk om tot een set waarden te komen waarmee allen het eens waren.

Maar bij het verzinnen van bij de waarden horende normen werd het nog moeilijker. Hoe invulling te geven aan de waarden door regels te stellen bracht onmiddellijk de discussie in hoeverre je dingen mag opleggen aan anderen, hoe dwingend mag je zijn, hoeveel vrijheid lever je in om je te conformeren aan een groep? Het was de grootste worsteling die ik zag bij het creëren van de theoficties. Hoe maak je regels als je het liefst iedereen maximale vrijheid geeft? Dat tekent denk ik heel duidelijk hoe de studenten in het leven staan; hun vrijheid om te denken en te handelen zoals zij dat goed vinden is het grootste goed. Merkwaardig dat de waarde ‘vrijheid’ niet in alle theoficties bovenaan stond, ‘vrijheid’ kwam absoluut gezien zelfs niet vaak voor, de waarde ‘respect’ bijvoorbeeld wel twee keer zo vaak. Die grote vrijheidsdrang kwam ook naar voren bij het verzinnen van hoe de theofictie als levensbeschouwing haar mensen bindt, hoe vaak en bij welke gelegenheid komen ze samen bijvoorbeeld? Hebben ze wat te zoeken bij elkaar of blijft iedereen het liefst in eigen huis de fictieve religie beleven? Hier misschien iets over dat ze weinig wilden voorschijven?

Hoe fictief of virtueel is een theofictie nou eigenlijk? De studenten kiezen waarden waar ze zelf achter staan, de basis is dus heel echt, zeker niet fictief. Maar ook de invulling die er wordt gezocht blijft heel dicht staan bij wie ze zelf zijn en hoe ze naar het leven kijken. Geen strikte regels, geen autoriteit die alles bepaald, geen verplichtingen … Maar wel een hoge dosis idealisme; respect en liefde zijn de topscorende waarden. Bijna allemaal zochten ze een manier om om te gaan met verschillen, iedereen in zijn waarde te laten, om mensen met verschillende levensbeschouwingen goed te laten samenleven; ‘Respectisme’ noemde een groep hun theofictie naar hun belangrijkste waarde.

De allergrootste afwezige in de theoficties is: God. Op één groep na die een scheppingsverhaal schreven waarin de aarde en de mens door dieren is geschapen en die daarom een soort goden zijn waagt geen groep zich aan het verzinnen van goden. Alleen in het egotheïsme komen ze wel voor: je bent zelf een God, en in hun shop kon je ook op de foto met god; een foto gemaakt voor een spiegel. De egotheïsten vereren hun ouders als hun scheppers. Ik heb geprobeerd aan te moedigen wel een god te verzinnen omdat ze immers ook de god zelf vorm zouden kunnen geven. Maar hun, hele goede, vraag was: maar moeten we dat dan ook geloven? God heeft dus geen plaats, zelfs niet in de fantasie, ze kunnen er geen argument of rol voor bedenken. De aanhangers (bedenkers) van ‘Franda Karma’ beschrijven het als volgt:

Wat gelooft u vandaag?

Deze spreuk staat centraal voor onze shop. Vraagt u zich wel eens af waar u in gelooft? Gelooft u überhaupt? Wij niet! Wij hebben geen religie, geen god of andere niet aantoonbare zaken die ons tot een hypocriete, door twijfelachtige geestelijke, lering moet trekken en ons moet sturen in een voorgeschreven leven. Ons is geleerd dat “wie beweert moet bewijzen”. Hij die zegt dat de wereld geschapen is door één man met een visie die wij: niet kunnen zien, niet kunnen voelen en niet kunnen horen, kan en mag zichzelf niet tot een wijs man rekenen. Hij die zich de waarheid laat voorschotelen door een individu welke fabelachtige verhalen vertelt zonder wetenschappelijke onderbouwing of enige vorm van rationele beredenering, kan niet beamen dat het een waarheid betreft die zich door de jaren bewezen heeft.

Vanuit het Oosten is ook een invloed merkbaar, meditatie of yoga, maar dan weer geheel vrijwillig en meestal op eigen plaats en tijd, speelt in diverse theoficties een rol. Het leven als innerlijke zoektocht komt het sterkst tot uitdrukking in ficties als: ‘search your inner self’ en het ’Identyisme’. Ook het ‘shoppen’ als gegeven: het bij elkaar rapen van een levensbeschouwing, vindt weerklank, ‘supermarket for your soul’ en de ‘relishop’ bieden met name keuzes aan.

Samenvattend: god speelt geen rol, er is een groot geloof in de eigen mogelijkheden en kracht, vrijheid is het hoogste goed en hoewel ouders en familie belangrijk zijn wordt er geworsteld met verbondenheid daar waar het de vrijheid lijkt te raken. Er wordt gewezen naar wetenschap als verklaring voor het ontbreken van god en spiritualiteit wordt vooral gezocht in individuele oosterse vormen van meditatie.

Hoe virtueel is dat? Het lijkt heel erg op de werkelijkheid van de makers; autobiografische fictie met een fantastisch randje. De meerwaarde zit vooral in het proces, het expliciteren van de eigen waarden, de ontdekking dat anderen de wereld ‘anders’ zien en de open houding ten opzichte van levensbeschouwingen, ook de bestaande. Illustratief zijn de onderstaande opmerkingen die de studenten in hun verslagen opnamen.

 

"Er valt dus goed af te leiden dat de theofictie, het shoppen naar je eigen geloof, helemaal geen gek verschijnsel is. In het begin van de KGS colleges keek ik hier heel gek tegen aan. ‘Wie doet nou zo iets geks’. Maar door deze colleges ben ik gaan beseffen dat we eigenlijk niets anders doen. In de hedendaagse geschiedenis houdt men zich continu bezig met het verkrijgen van je eigen ik …. Je eigen ik die ontstaan is door te shoppen …. Binnen de verschillende reeds bestaande religies. Een erg zinvol en leerzaam module!"

 

"In het begin vond ik het erg moeilijk om alle geloven van elkaar te onderscheiden en om er belangrijke waarden uit te halen. Ik vond, en vind nog steeds, dat ieder geloof bepaalde ideeën heeft waarin ik me wel kan vinden. Dat was natuurlijk precies de bedoeling van de shop, maar op dat moment had ik dat besef nog niet helemaal.

meer opmerkingen...